Data

Het belangrijkste element van Data-Kompas is natuurlijk de data zelf. De blauwe tabbladen aan de rechter kant helpen u om de juiste data, en juiste scope van de data te selecteren.

In deze sectie zijn drie tabbladen te vinden (van boven naar beneden):

Regio selectie

In de geo analyse met data-kompas kun je je eigen regio definities meegeven, welke als vergelijkingsmateriaal kunnen worden gebruikt. Data-Kompas kent twee verschillende regio selecties.

Doel regio selecteren

Een doel regio kunt u op twee manieren selecteren. Beide acties hebben hetzelfde effect:

Vergelijkingsregio's selecteren

Als tegenhanger van de doelregio kunt u een vergelijkingsregio selecteren. Omdat dit een groep regio's is, zijn er meerdere mogelijkheden om deze selectie aan te passen.

Een regio kan alleen maar toegevoegd worden aan een vergelijking als deze nog niet is geselecteerd, en kan alleen verwijderd worden als de regio zich al in de selectie bevind.

Als de regio geselecteerd is, is dit zichtbaar doordat deze regio niet transparant is op de kaart.

Dataset selectie

In data-kompas maken wij onderscheid in datasets en indicatoren. Een dataset is een collectie indicatoren, uitgesplitst naar een aantal dimensies, met een specifieke bron en beschrijving. Meer informatie over de structuur van een dataset is hieronder beschreven.

Als u het "Dataset selectie" tabblad opent, ziet u direct een lijst met datasets. In de "Basic" versie van Data-Kompas zult u hier een 5-tal aan datasets zien met basisindicatoren voor verschillende gemeenten, wijken en buurten.

Door op een dataset te klikken ziet u de indicatoren verschijnen die aanwezig zijn in deze dataset. Een indicator in de dataset is aangegeven met een .. icoontje. Door op een indicator te klikken wordt deze direct ingeladen in uw project en is deze zichtbaar in tabbad "Indicatoren". Ook wordt de indicator direct geselecteerd, en dus ingeladen. Hij wordt dan ook direct zichtbaar op de kaart.

Vaak zijn indicatoren in een dataset gegroepeerd, zodat deze makkeijker te vinden zijn. In dit geval wordt een groep aangegeven met een pijltje naar rechts. Door op de groep te klikken, wordt deze uitgeklapt en worden de indicatoren (of subgroepen) aanwezig binnen de groep getoond. Indicatoren in een groep kunt u op dezelfde manier gebruiken als indicatoren die zich niet in een groep bevinden.

Structuur van een dataset

Een dataset heeft dimensies en indicatoren. Een dimensie is een specifieke uitsplitsing van data. Een dimensie kan bijvoorbeeld bestaan uit "Gemeenten", aangezien elke gemeente zijn eigen waarde heeft. In essentie geeft een dimensie aan waar de waarde over gemeten is en geeft de context van de indicator aan.

Deze dimnsies zijn ideaal tijdens u data-analyse, omdat deze makkelijk gebruikt kunnen worden in data-kompas. Zo wordt de Regio dimensie met gemeenten direct herkent, en zorgt deze ervoor dat u de data direct op de kaart kan tonen. Eenzelfde automatisme is aanwezig voor de "tijdsdimensie", welke direct gebruikt kan worden om trends te plotten.

Per dataset zijn de dimensies gelijk. Dit stelt u in staat de indicatoren binnen een dataset ook over deze dimensies te analyseren.

Data-Kompas maakt gebruik van automatische dimensie selecties. Dit houdt in dat:

Indicatoren

Nadat u de indicatoren in bovenstaand tabblad hebt geselecteerd zijn deze beschikbaar in uw project. In het tabbad "Indicatoren" ziet u alle indicatoren die beschikbaar zijn. Hier kunt u de standaard dimensie selectie wijzigen, waaronder de tijds en thematische dimensie.

Door op het pijltje naasst de indicator te klikken verschijnen de geavanceerde opties voor de indicator. Deze hebben betrekking op welke elementen van de indicator geselecteerd zijn. De opties die hier getoond worden zijn afhankelijk van de elementen aanwezig in de dataset.

De eerste optie die beschikbaar is is de tijdsselectie. De selectie die hier is aangegeven geeft de standaardselectie weer voor de tijdsperiode waarin deze variabele ingeladen wordt.

De opties eronder geven de selecties aan voor overige dimensies die beschikbaar zijn in een dataset.

Indicatoren aggregeren

Soms kan het handig zijn om een sommatie te maken van meerdere dimensie waarden. In dit geval willen we dimensie waarden aggregeren.

Een standaard aggregatie in Data-Kompas is zo simpel als het selecteren van meerdere dimensiewaarden. Er kunnen meerdere dimensiewaarden geselecteerd worden door de SHIFT toets in te houden op uw toetsenbord en vervolgens een dimensie waarde aan te klikken. De dimensie zal groen oplichten om aan te tonen dat deze geselecteerd is.

Een dimensie attribuut uit de selectie halen kan gedaan worden door met de SHIFT toets op een geselecteerde dimensie te klikken. De groene selectie rand zal dan weer verdwijnen om aan te tonen dat het attribuut niet meer geselecteerd is.

Als u meerdere waarden hebt geselecteerd zal de waarde "[Aggregatie]" tonen. Door hierop te klikken kunt u zien welke waarden geselecteerd zijn.

Normaliseren

Om indicatoren goed met elkaar te kunnen vergelijken moeten deze genormaliseerd zijn. Het is bijvoorbeeld niet heel nuttig om het absolute aantal misdaadmeldingen van een gemeente te vergelijken met elkaar. Het aantal inwoners is een zeer grote factor in deze indicator, waardoor dit niet veel inzicht zal geven.

Om dit goed te kunnen vergelijken moeten we in dit geval de indicator delen door het aantal inwoners van de gemeente. Met normalisatie deel je de indicator door een andere indicator, zodat deze goed te vergelijken zijn.

Data-Kompas biedt een aantal standaardopties om deze normalisatie toe te passen.

Let op: niet alle normalisatie opties zijn ook daadwerkelijk nuttig. Houdt altijd rekening met de betekenis van de normalisatie.

Een berekening toevoegen

Als deze normalisatieopties niet genoeg zijn, kunt u ook met alle vrijheid uw eigen berekeningen op de indicatoren toevoegen. U kunt de andere geselecteerde indicatoren in het project gebruiken om berekeningen mee uit te voeren.

Dit kunt u doen door in het indicator tabblad rechtsbovenin op het '+' icoontje te klikken. In de nieuwe indicator die verschijnt zijn er 4 velden die ingevuld dienen te worden:

  1. De titel van de indicator (deze wordt automatisch ingevuld als u de andere invult)
  2. Indicator 1 in de berekening
  3. Indicator 2 in de berekening
  4. De operatie op de twee indicatoren

TODO: Voorbeeld